Transitie-terror
Het filmpje – dat duidelijk afstamt uit het predigitale
tijdperk – laat zien hoe een jongere en aapachtige versie van mijzelf
pogingen doet tot het bouwen van een toren (lastig), het opklimmen van
een trapje (praktisch onmogelijk) en het irriteren van de aanwezige
fysiotherapeut (mission accomplished). Het is niet alleen een perfecte
reclame voor Giro 555, maar ook een pijnlijke confrontatie met
jeugdreuma itself.Op het moment dat ik het filmpje te zien krijg, ben ik in gezelschap van mijn moeder en diezelfde fysiotherapeut. Hij is inmiddels grijs en bebrild, en ik kan inmiddels mijn benen weer buigen en kan tegenwoordig zonder luier.
Op fysio’s afsprakenkaart staat dat dit onze laatste afspraak is, maar daar ben ik het niet mee eens: als het onze laatste afspraak zou zijn, dan had ik wat voor hem meegenomen.
Jan Jaap (ten tijde van het filmpje: “Jan-Jan-Jaap”) zegt dat er altijd wel wat te regelen valt, maar dat ook ík er niet onderuit kom op een dag naar het AZU over te stappen. Slik?
Veel tijd om over dit feitje na te denken heb ik niet, want ik heb nog een afspraak op het transitiebureau: ik ga mijn ‘nieuwe’ dokter ontmoeten. Zolang dokter Simba er maar bij is, vind ik het allemaal best, en als ik word geroepen door een jongeman waar ik – gezien zijn uiterlijk – best even naar wil luisteren, zijn de spanningen al minder.
In de behandelkamer wordt me verteld dat dit officieel mijn laatste afspraak
met dokter Prakken en de rest van het WKZ is en dat… – de rest hoor ik
niet want er verschijnt een levensgroot spandoek in mijn hoofd met de
tekst:
“WAT? NU AL?”
Ik stamel in al mijn volwassenheid dat ik dat niet aan zag komen.
Het bittere antwoord luidt dat nou eenmaal procedure is, en blablabla. Dat begrijp ik ook wel, maar ik vind het allemaal een beetje snel gaan. Gelukkig komt op dat moment dokter Prakken binnen om me te verzekeren dat dit helemaal geen afscheid is, want ik ga nog mee op college bij de universiteit en we kunnen gewoon contact houden, graag zelfs. Onofficiële behandelingen op de poli tot mijn 21e, etc. Ineens wordt het wel erg druk in de behandelkamer: oude bekenden – specialisten uit zoveel jaar jeugdreuma – komen me het beste wensen en de hand schudden. Slik-2?
Als ik uiteindelijk vertrek met een stel nieuwe afspraken in het AZU en een beetje een verdwaasde blik – wat is er zojuist gebeurd? – tref ik mijn moeder níet in de wachtkamer. Ik zoek, bel, roep en ga uiteindelijk maar vast naar het lab voor het bloedprikken. Zeker tien minuten daarna verschijnt mijn moeder, ietwat gespannen, dezelfde verdwaasde blik.
Ik vraag waar ze was en ze begint vlug te praten:
“Dokter van Roermond kwam me ineens een hand geven en het beste wensen,
en ik dacht: straks komt dokter Prakken ook afscheid nemen, en dat kan
ik nog helemaal niet, dus ik ben maar weggegaan.”
Het is me ineens duidelijk dat ik die angst voor verandering in ieder geval niet van een vreemde heb.
PS: Die nieuwe dokter leek me trouwens wel aardig.
.jpg)
20°



