Transitie-terror 2 Argwanende Marijn in het Volwassenziekenhuis
blij dat ik daar niet zit.
Toen bij mijn eerste echte afspraak in het volwassenenziekenhuis bleek dat Reumatologie op 0 zat, was ik dan ook onaangenaam verrast.
Op de Dag des Oordeels gaat mijn moeder mee, omdat ik zo lekker zelfstandig ben en daarbij nauwelijks kan lopen. Eenmaal aangekomen op de afdeling nemen we plaats aan een ongezellig uitziende balie. We wachten. We horen stemmen, maar er komt niemand. Mijn moeder oppert – te hard, natuurlijk – dat ‘ze’ ons niet willen zien, en drukt op de bel. Ik hoop innig dat er nu niemand komt om ons boos aan te kijken, en mijn gebeden worden verhoord. Niets. We wachten verder. Ze weten de spanning wel op te bouwen hier.
De gedachte dat deze algehele ontkenning van onze aanwezigheid weinig goed doet aan mijn eerste indruk van deze afdeling, onderdruk ik. Net voor ik chagrijnig word, verschijnt daar een bekend gezicht van de Transitie. Ik mag mee, joepie!
Bij de dokter wordt me – omwille van het beter leren kennen van de patiënt – gevraagd een korte samenvatting van het verloop van mijn ziekte te geven. Zag ik niet aankomen. Ik reageer met het veelzeggende:
‘Ehh…’
Gelukkig gaat er een pieper en krijg ik de kans na te denken over mijn woorden. Strikvraag, wat nu? Uiteindelijk geef ik een kijkje in mijn gebruiksaanwijzing: geen armprikken of infusen, geen MTX, geen onduidelijkheid. De dokter doorstaat deze (eerste) beproeving prima en ik doorsta op mijn beurt de fysieke controle prima.
(Ik heb altijd een probleem gehad met kleding als ik naar het ziekenhuis ga, ben dan zo druk met makkelijke broeken, goedbedekkend ondergoed en bij-elkaar-passende-sokken, dat ik natuurlijk vergeet mijn benen te scheren, of zo.)
Aan het einde van het gesprek heb ik mijn eerste buit binnen; medicijnen tegen de pijn en medicijnen tegen de medicijnen tegen de pijn (iets met maagklachten). Logisch. Bovendien heb ik diverse foldertjes én een vervolgafspraak voor de Gemeenschappelijke Medische Afspraak mogen ontvangen.
Ik neem afscheid van de dokter en van mijn moeder (werken, jij) en wordt via Transitie bij mijn toekomstige ergotherapeut afgezet. Het duizelt me een beetje allemaal, maar ontevreden ben ik niet. Ik heb een klein halfuur om een (overduidelijk) aandachtsbehoevend smsje naar vriendlief te sturen en mijn AZU-vooroordelen bij te stellen.
De vrouw die me komt halen mag ik meteen, en als ik een poos later weer vertrek met nieuwe spalken en kneedgum-voor-m’n-polsen, vind ik het allemaal wel best. Tevreden ga ik de file in.
Conclusie? Ik blijf de rest van mijn leven antiverandering en het AZU blijft de rest van mijn leven te groot, maar het kan véél erger.
.jpg)
20°



