Seasonsfinale
Mijn school staat bekend om zijn gruwelijke beoordelingen in het tweede jaar. Juist dit jaar, zo gaan de verhalen, is extra streng. Er vallen veel ‘zittenblijvers’, of, erger, regelrechte afwijzingen.
Omdat ik het eerste semester niet echt fantastisch presteerde en het tweede semester gedomineerd werd door een docent waar ik geen hoogte van kreeg, waren de dagen voor de beoordeling een hel.
Ik bezwoer iedereen dat ik er niet over wilde praten, maar zei ondertussen wel steeds dat ik het allemaal doodeng vond, ervan overtuigd was dat ik het niet zou halen en dat ik beter een andere hobby kon gaan zoeken. Ondertussen haalde ik mijn theorie zonder het maximum aantal toegestane fouten, liet ik me prikken zonder verdovingspleister en weerde ik me dapper tegen de MTX.
Uiteindelijk kwam De Dag. Ik hees mezelf in kleren in waarin ik me vrouwelijk voelde, omdat ik ergens had gelezen dat je de wereld beter aankunt als je er mooi uitziet. Ik smeerde kundig make-up op mijn gezicht en plakte een zelfverzekerde glimlach op mijn mond. Ik wachtte af. Er waren gesprekken van ieder tien minuten voor de studenten en na twee gesprekken kwam er een klasgenote terug die zei dat ‘er maar twee door waren’. Ik bestierf het.
Ik dacht: Ik ben nooit door. Ze sturen me weg. Ik moet het jaar over doen. Ik had me er al bijna bij neergelegd, toen ik aan de beurt was. Van de eerste honderd woorden die de docent zei, herinner ik me niets. Wel herinner ik me glashelder dat hij zei dat ik door was naar het derde jaar. En niet alleen dat, verklaarde hij, maar wat hem betreft waren er van onze groep maar twee doorgegaan. Ik was daar een van. Vandaar die opmerking eerder, die studente had het gewoon verkeerd begrepen!
Ik kon de docent wel zoenen, maar zette het in plaats daarvan al gauw op een zuipen en ging daarmee lang door. Nederland won die middag ook nog eens van Japan.
Het was afgelopen met de stress en ik was bekaf. De eerste dagen na het verlossende woord, raakte ik geen pen aan. Ik zoop, zong (wat ik overigens niet kan), danste (wat ik nog minder kan), tekende, schilderde en las, allemaal met het idee; nu hoef ik even niet. Ik hoefde geen beroep te doen op mijn creativiteit, maar deed dat kennelijk vrij en ongedwongen op elke manier behalve het schrijven. Bizar.
Toch begint het al weer een beetje te jeuken. Hier en daar nestelen zich ideeën voor columns, essays en verhalen. Ze zijn misschien nog klein, die ideeën, en hebben nog even de tijd nodig om te groeien. Die krijgen ze. Even. Maar dan ga ik er weer vol tegenaan! Tot na de zomer!
.jpg)
.jpg)
°



