Pinkpop-predikaat
Sinds ik me erbij heb neergelegd af en toe in een rolstoel te zitten, zie ik hier ook de schamele ‘voordelen’ van in: Iedereen is aardig en bereid je even die grote heuvel op te helpen, en dat maakt het net iets minder vervelend dat je bij een concert meer ruggen dan Maria Mena ziet.
Bovendien is een rolstoel allang geen anti-sjanskar meer (meiden; probeer Griekenland of Lowlands), dus komt iemand met bijvoorbeeld een flirtcomplex – zoals ik – nog steeds aan zijn trekken.
Het allerleukste blijft echter het rolstoel-rolstoelcontact. Dit is van soortgelijke aard als de buschauffeurs van Connexxion onderling hebben, die naar elke andere (Connexxion)bus zwaaien, zelfs als ze deze al tachtigduizend keer zijn tegengekomen. Het heeft iets gemoedelijks, wat rolstoelers onderling ook vaak hebben. Vrijwel altijd is er ruimte voor een lachje of een knikje, iets van: ‘ik weet het, ik begrijp het.’ Soms levert het leuke gesprekken op. Soms mindere, waarover vandaag meer.
Op de hipste plek van Pinkpop – het invalidepodium – krijg ik een nieuwe buur. Een man van middelbare leeftijd met een gebruind gezicht en overwegend gespierde armen. Hippe kar, beetje een schmützig type, maar wel sympathiek. Hij knikt me gedag en ik vang een zweem op van de whiskeylucht die in zijn aura hangt. Zijn aanbod een slokje te nemen, wijs ik vriendelijk af.
De man vraagt waarom ik in een rolstoel zit en ik antwoord dat ik jeugdreuma heb. Daarop begint hij een verhaal. Ik kom er geen wijs uit. Hij sluit met:
‘Met jou gaat het helemaal goed komen.’ Ik doe mijn best een andere kant op te kijken – élke andere kant, als het maar niet naar de plek is waar zijn benen ooit zaten. ‘Net als met mij.’
Nu kan ik er niet omheen. Placebo begint aan een van mijn favoriete nummers – Special Needs – en ik vraag me af in welk belachelijk levensmoment ik ben beland. Ik zeg niets. Vraag niets.
Ik knik en glimlach om het feit dat ik het samenhorigheidsgevoel onder rolstoelers normaal heerlijk veilig vind, maar nu eigenlijk mijn wielen langzaam achteruit wil draaien en gillen dat de wereld gek is (slowly back away…)
De man bedoelt het niet kwaad. Hij is dronken, heeft niet al te lange tijd geleden iets meegemaakt waarbij hij zijn benen verloor en probeert dat nu te accepteren door te stellen dat het goed is. Zoals mensen na ernstige ongelukken en Bijna Dood Ervaringen wel eens zeggen dat dit het beste is wat hen ooit is overkomen.
Ik vind dat een afschuwelijke gedachte. Iets meemaken wat zo erg is dat je het alleen maar kunt accepteren door er ‘iets moois’ van te maken, is jezelf voor de gek houden. Je benen verliezen is niets moois, dat is juist heel erg, zoiets kun je niet bagatelliseren.
En met mij komt het helemaal goed, er is namelijk buiten de reuma niets aan de hand. Ik kan daar prima mee leven.
De man bedoelt het niet kwaad, maar wat ben ik blij als hij ervandoor gaat.
.jpg)
20°



