Pijnlijk
Het is de vijftiende geweest en ik ben te laat met mijn
column. Ik zit achter mijn computertje, mijn polsen en nek doen zeer,
ik heb ontzettende hoofdpijn en ik vraag me af waarom ik niet schrijf. Ik heb veel last de laatste tijd. Door mijn enkel en knieën zakken wordt zo’n beetje dagelijkse kost. Mijn nek en rug zijn enorm stijf en ik heb weinig energie. Totaal geen kracht in mijn polsen en de daarbij behorende gevolgen – zoals het niet kunnen vasthouden van mijn eigen koffiekopje omdat mijn handen teveel trillen – vallen wat mij betreft onder het kopje Antihumor. Rijles verknallen omdat ik met mijn hoofd bij de pijn en niet bij het verkeer zit, evenzo. Niet naar school kunnen en meerdere uitgaansafspraken moeten afzeggen omdat ik het gewoon niet trek gaat vervelen.
En dan het weekend bij mijn vriend, waar ik alleen maar op bed heb kunnen liggen omdat alles zeer deed en ik mede dankzij mijn lage weerstand nog ziek werd ook. Wat tricky is, want het medicijn dat ik gebruik – Humira – werkt in sommige gevallen ontstekingversterkend, dus mag ik geen koorts krijgen.
Hoe verzin je dat, trouwens, een medicijn dat ontstekingversterkend kan werken? En dan is het ook nog een medicijn dat verder nauwelijks zijn taak doet en waarvan de injectie hoog scoort op de Onnodige Ongemakkenschaal.
Na zo’n opsomming vind ik het wel eens moeilijk om de positieve zaken te blijven waarderen. Eigenlijk heb ik op zulke momenten lichtpuntjes nodig, en met dat ik dit schrijf, voel ik er alweer een heleboel opkomen.
Zoals het feit dat ik al heel lang geen MTX meer hoef te gebruiken, en dat de Humira maar één keer in de twee weken is, zodat de injectieperikelen te overzien zijn.
Of de gedachte aan mijn vriend, die toen hij hoorde dat ik niet naar de winkel kon vanwege de pijn, even ‘boodschappen’ ging doen en terugkwam met de sjaal waar ik het de hele week al over had. En aan mijn ouders, die bereid zijn me overal naar toe te karren, als het me zelf even niet lukt.
Of dat ik errug makkelijk aan kaartjes voor het concert van The Killers ben gekomen door op rolstoelplekken te jagen.
En dat er in mijn omgeving gelukkig geen mensen zijn die met de snuggere opmerking komen dat het altijd erger kan…
Wat ik nou eigenlijk bedoel in dit stukje tekst?
Ik vind het niet altijd makkelijk om over mijn ziekte te schrijven, zoals ik het sowieso moeilijk vind om het land Reuma bestaansrecht te geven. Maar ik merk dat ik, door er tóch over te schrijven, leer te relativeren. En dat het daardoor ook in mindere tijden iets makkelijker wordt om mijn ziekte te accepteren.
In die zin is Youth-R-Well – met mijn tweewekelijkse deadline én de lieve reacties in het forum (ja, ik lees het forum dus ook) – voor mij vandaag misschien wel het grootste lichtpunt.
Bedankt!
.jpg)
.jpg)
°



