HumirAdventures
Een reumasprookje:
[Noot vooraf: Ik ben achttien jaar oud. Ik weet precies wanneer
ik geprikt moet worden en hoe belangrijk die prik is. Maar als het zover
is, zwijg ik. Mijn ‘oeps, vergeten’ is totale onzin. En als iemand
anders in het huis er niet aan denkt, gebeurt het niet.]
Ook was er eens een medicijn met stompzinnige bijwerkingen, zoals een extreem verminderde weerstand. Nog niet zo stompzinnig als de bijwerkingen van de MTX (haaruitval), maar toch stompzinnig genoeg om flink pissig van te worden.
Tot slot was er eens een
medicijn dat zou werken als de Enbrel, maar gunstiger zou zijn voor
oogontstekingen. Dat viel helaas tegen. Het werkte niet zo waardeloos
als de Arava (was dat medicijn een grap of zo?), maar was vanwege het
‘net niet niks’-effect toch behoorlijk waardeloos. Ik verlangde
alweer naar de hopeloosheid van Enbrel.
Eigenlijk was ik al klaar met de Humira vóór ik voor de tweede keer een infectie opliep. Ik begreep dat het belangrijk was om een medicijn te gebruiken dat ook voor mijn ogen werkte, naast dat het zijn gewone taak deed. Maar de nadelen leken zich alleen maar op te stapelen. De voordelen van het Humiragebruik bleven uit – want waar was dat gunstige effect op mijn ogen dan?
Dus toen ik op een middag thuiskwam met een virale infectie was het wat mij betreft klaar: Weg met dat antimedicijn. Geen Humira meer. Dat gebeurde dan ook, zij het om andere redenen. Eerst uitzieken, gebood de dokter, dan de reuma behandelen. Prima, dacht ik.
Maar na enkele weken Humiraloos door het leven te gaan, begon het op te vallen dat ik nog stijver werd dan normaal. Ik liep brakker dan voorheen en had vooral veel meer pijn. De oogarts vertelde me dat er nu weer heel veel cellen in mijn oog zaten.
Wat was dit nou? Zou het dan toch…?
Ik overlegde met Dokter Simba en hij bevestigde wat ik die weken was gaan vermoeden. Misschien viel het eerder niet zo op, maar de Humira deed wel degelijk zijn werk.
Wie had dat gedacht?
Nu was het wachten tot ik weer behandeld mocht worden. Na lange dagen belde de dokter met het verlossende woord: mijn ontstekingswaarden waren gedaald en ik mocht weer Humira gaan prikken..
Die ochtend legde ik braaf mijn Emlapleister klaar. Ik rekende uit hoe laat ik geïnjecteerd wilde worden en deed bijtijds het verdovingswonder op. ’s Avonds was ík degene die het sein gaf:
‘Pap, ik wil mijn prik.’
Happy end?
.jpg)
20°



