Griepprik-trilogie

Prik 1; de ‘gewone’ griepprik.
Ik ben geen held, dus als de reumatoloog me adviseert (in het volwassenziekenhuis dwingt niemand je, maar wordt er alleen ‘geadviseerd’, wat er op neer komt dat het je eigen stomme beslissing is als je dit advies niet opvolgt) toch een griepprik te halen, ben ik niet blij. Mijn moeder wel, want die zeurt er al weken om.
Volwassen als ik ben, bel ik de bewuste dag naar de huisartsenpost. Ik leg uit dat ik een panische angst voor prikken heb. ‘Is er misschien iemand met wat meer…geduld, die me kan helpen?’
‘Weet je wat? Kom om vier uur maar naar de praktijk, dan prik ik je wel. Mijn dochter is eenentwintig en net als jij, dus ik weet hoe het moet,’ gebiedt een vriendelijke stem.
Nu kom ik er niet meer onderuit. Ik bel mama voor een telefonische aai over de bol, mijn vriend voor een spreekwoordelijk hart onder de riem, en plak met haast neurotische zorg en precisie een Emlapleister op.
Na enkele uren slapen en tv kijken, stap ik op mijn fiets. En word duizelig. Misselijk. Omdat ik vandaag alles zou doen als een volwassen negentienjarige, trap ik door. Zo’n twintig meter voor de ingang van de huisartsenpraktijk overweeg ik serieus om niet te gaan, maar zie van deze optie af omdat ik nu eenmaal niet van gezichtsverlies houd.
Ik meld me bij de arts-assisentenpost en zeg dat ene L. me zou prikken. Er volgen minuten waarin ik op een stoel zit en kans krijg mezelf op te fokken. Dan roept een vriendelijke doch strenge moeder – ik kan haar niet anders omschrijven – me om met haar mee te lopen.
Ze praat. Ik hoor niks. Ik doe mijn jas en vest uit en zeg dat ik duizelig ben. Ze gaat er niet op in, wat heel verstandig en professioneel is. Ik ga liggen en zeg;
‘Als u nou maar gewoon tegen me praat, kijk ik de andere kant op.’
Dat gebeurt. Ik voel in alle detail hoe er een naald in me wordt gestoken en er een vloeistof in mijn arm wordt gespoten, maar de afleidende stem en vragen van mevrouw leiden me af. Ik ga niet van mijn stokje en mag concluderen dat het zeker geen gezellige prik is, maar niet eens in de buurt komt van Humira. Hulde!
Over twee weken weer!
Prik 2; Mexicaanse Griepprik-1.
Omdat ik tussen de gewone griepprik en de Mexicaanse griepprik de Mexicaanse griep heb gehad – happy happy joy joy – laat deze prik even op zich wachten. Eigenlijk hoopte ik dat ik die hele prik niet meer hoefde te krijgen, maar het gehad hebben van de Mexicaanse griep levert geen immuniteit voor datzelfde virus op. Met andere woorden; die prik krijg je.
Maar omdat ik de vorige prik zowaar overleefd heb en daarbij ook niemand geslagen heb, zou je denken dat ik er nu minder tegenop zou zien. Niets is echter minder waar, want ik weet nu eenmaal dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst.
Dus sta ik de bewuste woensdag net zo neurotisch te kliederen met Emla, net zo idioot op de tijd te letten en weer precies twintig meter voor de ingang van de huisartsenpraktijk te overwegen om door te fietsen.
Ik fiets niet door, maar ga braaf naar binnen en word naar dokter van L. gestuurd. Die ken ik, want die heeft mij jarenlang MTX geprikt. Deze man wachtte wekelijks in alle geduld af tot ik op de wc was uitgehuild, prikte met een hand in mijn been terwijl hij met de ander het kotsbakje aan me gaf en bleef altijd zo vriendelijk en aardig dat ik alleen maar een diep gevoel van respect voor hem kan opbrengen. Hij gaat bijna met pensioen en dat vind ik jammer. Dat hij me geen MTX meer prikt, vind ik minder jammer.
De dokter zegt: ‘Hé, jou heb ik eerder gezien,’ en ik zeg: ‘U dacht dat u mij nooit meer zou prikken, hè?’ Waarna ik mijn pleister van mijn arm trek en onder luid gebabbel uit het raam staar.
Ondanks het feit dat de prik gewoon vervelend is en ik een neuroot ben, ben ik blij nog even bij mijn huisarts geweest te zijn. Het sluit voor ons beiden iets op een positieve manier af, denk ik. Bovendien kan ik weer trots op mezelf zijn, ook als ik buiten alsnog bijna van mijn stokje ga.
Prik 3; Mexicaanse Griepprik-2.
Dat is vandaag. Na langdurig overleg met mezelf – ‘ik ben nog steeds bang’, ‘ophouden met zeuren, je weet hoe het gaat’ – heb ik besloten het gewoon te doen. Ik heb twee inentingen gehad en me daartegen geweerd op een manier die ik mezelf enkele jaren geleden niet zag doen, namelijk: niet. Ik heb het gewoon over me heen laten komen, helemaal alleen, zonder al te moeilijk gedoe.
Dat gaat me vandaag ook lukken. Ik zet mijn verstand op nul, accepteer dat ik het nu eenmaal eng vind, Emla op mijn arm en een knuffel in mijn tas nodig heb, en wacht gewoon tot het voorbij is. Dat kan ik. Dat doe ik elke tien dagen bij de Humira, en die prik is pas echt vervelend.
Dus nu ga ik douchen, nog één keer neurotisch en met grote precisie een Emlapleister op mijn arm plakken, de tijd aftellen tot ik vind dat hij er lang genoeg op zit en naar de prikpost. Daar zal ik even moeten doorzetten en dan ben ik er vanaf. Geen griepprikken meer, voorlopig.
Ik weet nu hoe het moet en ik weet nu dat ik het kan. Nog even en ik wen er aan. Nog even en het wordt routine. Maar tot die tijd: wens me succes.
.jpg)
.jpg)
°



