De kunstjes van het lichaam
De kunstjes van het lichaam
Ik heb niet vaak pijn maar wel veel last. Er is een verschil tussen ‘last’ en ‘pijn’ en dat verschil is moeilijk te duiden. Last zeurt als een klein kind aan mijn knieën en enkel, hangt aan mijn rug en kriebelt in mijn nek. Het trekt een beetje, is dreinend op de achtergrond aanwezig. Last valt, tot op zekere hoogte, te negeren.
Maar pijn? Ik denk dat het grootste aantoonbare verschil tussen last en pijn is dat pijn niet te negeren valt.
Waar last zeurt, schreeuwt pijn, bonkt met zijn kwaaie vuistjes tegen mijn ledematen.
Het gekke is dat de herinnering aan de pijn vrij snel verdwijnt wanneer het zeer doen zelf minder wordt. Ik kan me de heftigheid ervan nog maar vaag voor de geest halen; wel het letterlijke beeld, maar niet meer het gevoel – en gelukkig maar.
Maar dan komt het terug. Zoals vandaag. Vandaag heb ik geen last maar pijn. Ik kan nauwelijks op mijn enkel staan en mijn knieën zijn rond en gezwollen, ik voel het vocht haast kloppen – daar word ik altijd een beetje misselijk van.
De herinnering komt terug, of wordt opnieuw aangemaakt. Steeds weer op dagen als deze ben ik verbaasd over de heftigheid van mijn klachten; was het altijd al zo erg? Stel ik me aan? Heb ik dit eerder zo gehad? Het antwoord op die laatste vraag is altijd ja, maar kennelijk heb ik dat verdrongen.
Spoedig heb ik het idee dat het nooit anders geweest is. Sommige dingen brengen die gedachte met zich mee, ik heb het bij misselijkheid, hoofdpijn en jeuk (en vuvuzela’s). Zo aanwezig als ze zijn, ben ik bang dat ze nooit meer over gaan.
De heftigheid van de pijn en de angst die erop volgt – namelijk dat het inderdaad nooit meer over gaat – zet me weer even op aarde. De reuma dient zich in volle glorie aan en ik moet ervoor buigen, mijn ziekte ernst nemen, want pijn heeft – hoe lullig ook – een functie. Waarschuwing, bescherming, dat soort dingen.
Mijn fysiotherapeut legde me ooit uit dat wanneer je door je enkel gaat, de acute pijn die je voelt er puur is om ervoor te zorgen dat je zo snel mogelijk uit die houding gaat. Anders zou je je enkel breken. Een mooi kunstje van het lichaam, maar ondertussen verga je wel van de gevolgen van die waarschuwing.
Toch zal ik niet gauw aan de pijnstillers gaan, omdat ik weet dat ik dan over mijn grenzen ga. Als ik een Naproxenkuur volg en last of pijn wordt ‘verdoofd’, denk ik dat alles kan. Ik voel tenslotte niks meer. Maar na een paar avonden denken dat ik alles kan zijn de gevolgen zo heftig dat er van verdoving geen sprake meer is, de last wordt pijn en die breekt door alle kuren heen.
Nu ben ik wel aan de Naproxen. Tijdelijk. Baal ik van. Tot ik wat ben uitgerust en de pijn niet meer verdoofd hoeft te worden omdat-ie er niet meer is. Mijn lichaam hoeft even niet meer te waarschuwen en met het verdwijnen van de pijn, verdwijnt ook de herinnering daar aan.
Met een beetje geluk ben ik dit volgende week weer vergeten. Ja, de letterlijke herinnering, dat ik zo weinig kon en zo vermoeid was en hulpbehoevend, die zal ik nog een tijdje bij me houden. Maar de herinnering aan de fysieke pijn zal gauw genoeg vervagen. Ik zal me niet meer voor de geest kunnen halen hoezeer het deed en hoe dat voelde. Tot een volgende keer. Misschien is dat ook zo’n kunstje van het lichaam. Een soort bescherming.
.jpg)
.jpg)
°



